Een saxofoon is een mooi ding
Een saxofoon is een mooi ding; ronde vormen, blinkend, een tikje ordinair en tegelijk toch elegant. Kortom een primitieve toeter. En ondanks alle elektronische vooruitgang in ons hightech tijdperk is deze primitieve toeter populairder dan ooit als solo-instrument. In vrijwel alle levende muziekstijlen van vandaag de dag duikt het instrument op; Popmuziek, Rock, Blues, Jazz, Dance en andere mengvormen met elektronische muziek.

Die populariteit heeft de sax natuurlijk niet alleen te danken aan zijn fraaie vorm. Ten eerste leent het instrument zich uitstekend voor het demonstreren van virtuositeit omdat er makkelijk razendsnelle loopjes en akkoordbrekingen op gespeeld kunnen worden. Maar daar lenen zich wel meer instrumenten voor. Het speciale van de sax is dat je er 'n melodie op kunt spelen die klinkt alsof ze gezongen wordt. Je kunt erop scheuren, janken, jubelen, mijmeren en fluisteren, kortom je kunt erop zingen zonder dat je één woord hoeft te gebruiken. Zoals je een zanger(es) herkent aan de stem, zo herken je betere saxofonist(e) aan het geluid, de sound, de toon.

Maar waarom klinkt die mooie sax zo?
Natuurkundig gezien is saxofoonspelen een fluitje van een cent. De toon ontstaat in het mondstuk en op dat mondstuk zit een rietje. Als we hierop blazen begint het rietje te trillen en dit brengt de lucht in de sax weer aan het trillen en we horen : toet! Maar de ene "toet" klinkt niet als de andere "toet" , en er is een ware wetenschap ontstaan rond deze mondstukken en rieten en het geluid dat ze voortbrengen.

Als je als leek tussen saxofonisten terecht komt, die over rieten en mondstukken praten, dan voel je je als een geheelonthouder op een bijeenkomst van wijnkenners. Termen als "mooi rond laag", "beheersbare intonatie in het hoog", "vet middengebied", "goed hanteerbare projectie", "makkelijk bereikbare top-tones, "grote kamer", "kleine boring", "vlakke tafel", "ruisend laag", "zoevend midden" en "agressief hoog", "alert aanspreken" en ga zo maar door vliegen je om de oren. Dit alles wordt gestaafd met cijfers en tabellen en de deskundigen zeggen dat er vandaag de dag een mondstuk is voor iedere stijl en elk geluid. En eerlijk is eerlijk: deze mensen hebben gelijk.

Het is wel eens anders geweest. Toen ik begin 60-er-jaren begon met saxofoon spelen had ik alleen het mondstuk dat bij de sax zat toen ik hem kocht. Bij een van mijn eerste optredens kwam een oudere saxofonist naar me toe die zei: "Voor deze muziek moet je op een stalen bek (= mondstuk) spelen. Kijk, ik heb er een bij me, die kun je kopen voor ƒ 75,-". Ik vond het nogal wat geld voor zo'n afgekloven brok ijzer, want de man had er waarschijnlijk jaren op gespeeld en met moeite kon ik erop lezen "Berg Larssen". Nadat hij uitgebreid uit de doeken had gedaan hoe hij het mondstuk in Duitsland van een Amerikaan had gekocht (saxofonisten zijn in de regel goeie vertellers) en na een paar biertjes, besloot ik het toch te kopen. In feite begon toen voor mij de zoektocht naar "mijn geluid".

De daarop volgende jaren greep ik elke kans aan om een ander mondstuk uit te proberen: "Hee, wat voor mondstuk heb je daar? Mag ik het effe proberen? Ik beloof dat ik het weer goed schoonmaak." Want in de winkels lag niet zoveel in die tijd. Nu wordt je overdonderd door het aanbod van mondstukken en rieten. De van oudsher "klassieke" ebonieten mondstukken zijn nu ook in de handel voor de moderne blazer in talloze modellen en het assortiment stalen mondstukken is waarschijnlijk nog groter. Daarnaast komen er steeds meer experimenten in aluminium, glas, plastic en zelfs hout, maar deze materialen lijken zich nog niet echt te vestigen. De twee belangrijkste soorten blijven ook vandaag de dag nog steeds het ebonieten en het stalen mondstuk, waarbij je als hoofdlijn kan aanhouden dat eboniet wat ronder en zachter klinkt en licht bespeelbaar is, terwijl staal ruiger en harder is en wat meer moeite kost om te bespelen. Daarom is staal duidelijk favoriet bij muziekstijlen zoals blues, rock en de meeste jazzstromingen waarbij het volume op het podium aan de stevige kant is. Want let wel, de sax blijft een akoestisch instrument dat met een microfoon uitversterkt moet worden en hoe duidelijker zijn geluid is, des te gemakkelijker kan de geluidstechnicus de sax plaatsen in het totale geluidsbeeld.

Ik ken saxofonisten die, als ze al hun mondstukken willen uitstallen, maar net genoeg hebben aan een ruime eettafel. Anderen spelen hun leven lang op een en hetzelfde mondstuk en zijn daar volmaakt gelukkig mee. Er zijn volgens mij geen vaste regels bij het nastreven van je favoriete geluid. Persoonlijk heb ik al lang geleden besloten me niet meer te verdiepen in de technische specificaties aangezien ik voor mezelf het hoofdstuk wiskunde heb afgesloten toen ik de middelbare school verliet. Ik kies mijn materiaal op m'n gevoel en laat me daarbij vooral leiden door m'n smaak ; ik heb nu eenmaal 'n bepaald idee over hoe ik wil klinken. Mijn geluid moet rijk aan klank zijn, maar m'n sax moet gemakkelijk te bespelen blijven in alle registers. Wat mij altijd bezighoudt is de verhouding van sound en souplesse. Daarom heb ik altijd maar een paar mondstukken in mijn koffer.

Bovendien heb ik het belangrijkste nog niet verklapt: die mondstukken en rieten zijn fijn voor het zelfvertrouwen maar ze zijn niet het belangrijkste. Het is toch degene die erop speelt die het echte geluid bepaalt en die de melodie maakt of breekt. Mijn mondstukken moeten goed afgewerkt zijn en mijn rieten betrouwbaar. Tegenwoordig speel ik op een Vandoren V 16 (gold-plated steel),type T 75 en een eboniet Vandoren T 35. Als reserve heb ik een oud Lawton mondstuk (al 20 jaar). Deze mondstukken speel ik met Vandoren V 16 rieten (maten: 3-3.5 en 4).

ThuisBertusPodiumMuziekZolderWoordWinkelContact   /   biebspinselsde oude doosgeneuzelpoeziealbum

Klets
De kinderen van Mitrovica03.11.2011
De muziekindustrie30.08.2007
test TOPTONE POLSTERING01.02.1998
Een sax is een mooi ding01.07.1997
Mooi aan een dwarsfluit?01.07.1997